Medjugorje kerk

Medjugorje België en Nederland

Medjugorje Maria

mei

22



5 augustus 2008

  
 

5 Augustus 2008

1. Vandaag valt er iets heel speciaal te vieren: de verjaardag van Maria

Officieel viert de Kerk de geboortedag van Maria op 8 september, 9 maanden na het feest van de Onbevlekte Ontvangenis op 8 december. Maar in mei 1984 vertelt Onze-Lieve-Vrouw aan Ivan Dragicevic dat 5 augustus 1984 haar 2.000ste verjaardag zou worden. Er is geen reden om dit niet aan te nemen, als Maria het zelf zo zegt: ‘In de loop der eeuwen heb ik me helemaal aan jullie gegeven. Is het teveel gevraagd om drie dagen voor mij te reserveren? Werk drie dagen niet, neem je rozenkrans en bid! Begrijpen jullie niet dat 4 uur bidden maar een zesde deel van de dag is?’

Moeten we hieruit het besluit nemen dat men vanaf 1984 tweeduizend jaar terug dient te gaan in de tijd? Neen, daarom dit verhaal over Dionysius Exiguus, de Scytische monnik en tijdrekenaar.

Hij was afkomstig uit een landstreek in of nabij het deltagebied van de Donau, en vestigde zich omstreeks het jaar 500 in Rome. Hij introduceerde de christelijke jaartelling, ook Anno Domini genoemd, door deze in zijn paastabel te gebruiken en uit deze zeer nauwkeurige paastabel kon twee eeuwen later Beda Verebilis’ Paascyclus voortkomen, door middel waarvan uiteindelijk alle toekomstige Juliaanse kalenderdata van Paaszondag definitief werden vastgelegd. Reeds volgens Dionysius Exiguus’ Paastabel viel Paaszondag op zijn vroegst op 22 maart en uiterlijk op 25 april. Dionysius’ paastabel is een voortzetting van de aan de Juliaanse kalender aangepaste Alexandrijnse paastabel die toegeschreven werd aan patriarch Kyrillos van Alexandrië. In Dionysius’ paastabel zijn de kalenderjaren genummerd niet volgens de jaartelling van keizer Diocletianus, zoals in de aan Kyrillos toegeschreven paastabel nog wel het geval was, maar volgens zijn nieuwe Anno Domini jaartelling, die bedoeld was te beginnen met Jezus’ incarnatie.

Dionysius Exiguus presenteerde zijn paastabel (die betrekking heeft op de jaren 532 tot en met 626) in of kort voor het jaar 526 aan officiële vertegenwoordigers van paus Johannes I, helaas zonder onmiddellijk succes. Gedurende ruim een eeuw die daarop volgde bleef de controverse omtrent de juiste data van Paaszondag die al sinds het eerste concilie van Nicaea bestond tussen de kerk van Alexandrië en de kerk van Rome voortbestaan. In het jaar 616 werd Dionysius Exiguus' Paastabel door een anonymus uitgebreid tot een paastabel betrekking hebbend op de jaren 532 tot en met 721; het is deze tabel die door de kerk van Rome werd aanvaard (omstreeks het jaar 650) en door Beda Venerabilis werd gebruikt (omstreeks het jaar 720) om zijn paascyclus te construeren.

De christelijke jaartelling werd als een coherent systeem voor het dateren van historische gebeurtenissen door Beda Venerabilis in gebruik genomen in het jaar 731, maar werd door de kerk van Rome pas omstreeks de eerste millenniumwisseling voor het eerst gebruikt en pas in de tweede helft van de elfde eeuw definitief in gebruik genomen.

In het Europa van de vroege middeleeuwen kende niemand het cijfer of het getal nul. Niettemin wekt de aanwezigheid van het Latijnse woord ‘nulla’ (dat 'geen' betekent) in de derde kolom van zijn paastabel de indruk dat Dionysius Exiguus dat belangrijke getal wel kende. Er is echter niets waaruit we zouden kunnen afleiden dat zijn 'nulla' een echte 'nul' was (hij gebruikte het in elk geval niet in zijn berekeningen). Men moest in het middeleeuwse Europa tot in het tweede millennium wachten eer men de beschikking kreeg over het getal nul.

Er zijn nog een aantal merkwaardigheden rond 5 augustus:

Rome, 352. Terwijl het merendeel van het Romeinse rijk tot het Christendom bekeerd was, begon een aantal vrome Romeinen hun rijkdom uit te geven aan de verering van Maria en de Apostelen. Zij bouwden heiligdommen en kerken gewijd aan Maria en de Apostelen. Een van hen, een edelman (Johan van Rome genaamd) en zijn vrouw, besloten Maria te vereren ongeacht de kosten en met heel hun vermogen.

Begin augustus hadden Johan en zijn vrouw beiden een ongewone droom waarin Maria verscheen. Maria vroeg hen een kerk te bouwen op een van de zeven heuvelen van Rome (de Esquiline). Maria vertelde dat de plaats waar de kerk gebouwd moest worden gemarkeerd zou zijn met sneeuw. Johan besloot de toenmalige Paus (Liberius) te vertellen van zijn droom. Deze verklaarde een identieke droom te hebben gehad.

Op 5 Augustus gingen ze samen naar "de Esquiline" heuvel die zij (midden in de zomer) bedekt met sneeuw vonden. Wonderbaarlijk was dat het gesneeuwd had en dat de sneeuw de vorm van het fundament van een kerk had. De bouw, conform de lijn die de sneeuw aangaf, werd onmiddellijk gestart.

Een tweede feit gebeurde onder Paus Celestinus I. Hij organiseerde het Concilie van Efeze van 22 juni tot 31 juli van jet jaar 431, waar het dogma van Maria als ‘Moeder van God’ officieel werd erkend en afgekondigd. Op 5 augustus 431, las Paus Celestinus tijdens de viering naar aanleiding van dit dogma, de tekst van het dogma voor. Efeze was een plaats waar in het bijzonder Maria vereerd werd, in de nasleep van de daar sinds mensenheugenis Moedergodincultus, meer bepaald de dienst van de tempel van Artemis in Efeze.

Naar aanleiding van dit dogma herbouwde en verfraaide Paus Sixtus III (432-440) de basiliek en doopte deze om tot ‘Basiliek van Santa Maria Maggiore’.

Een van de schatten die ondergebracht is in de Basiliek is een icoon die door St Lukas is meegebracht uit Jeruzalem. Door de eeuwen heen is deze icoon meerdere malen in processies door de stad gedragen. Tijdens de grote pest epidemie werd de icoon op last van Paus Gregorius de Grote (590-604) door Rome gedragen en werd er tot Maria gebeden om de epidemie te beëindigen.

In 1837 deed Paus Gregorius XVI (1830-1846) hetzelfde tijdens een grote cholera epidemie. Kort na de processie en het gebed kwam de epidemie tot een einde. De Paus liet, als dank, kronen van goud en juwelen plaatsen boven de hoofden van Maria en het kindje Jezus.

Paus Paulus V (1605-1621) liet ter verering van de icoon een kapel bouwen en op 27 januari werd ihet coon verwijderd van het grote altaar en in de nieuwe kapel geplaatst.

Het was ook op 5 augustus 1985 dat aan Mirjana het perkament werd overhandigd waarop de geheimen staan geschreven.

2. Een anekdote van Marija Pavlovic over Maria's verjaardag

Op een bepaalde dag zei Onze-Lieve-Vrouw dat we Haar verjaardag mochten vieren en met onze gebedsgroep bestelden we een grote taart en brachten ze om 11.30 uur 's avonds naar de top van Krizevac, de Kruisberg. Dan zou Maria verschijnen. U kunt het zich reeds voorstellen: het was 45 minuten klimmen met een heel grote taart, maar we deden het met veel vreugde. En op het moment dat Maria zou verschijnen zongen we liederen voor Haar verjaardag.

De taart was versierd met vele rozen van suiker en we kregen het idee om er eentje aan Onze-Lieve-Vrouw te geven. Ze nam de roos aan en nam ze mee. We zegden onder elkaar dat het onmogelijk kon zijn dat Onze-Lieve-Vrouw deze roos naar het Paradijs zou meenemen. Daarom besloten we 's anderendaags heel vroeg op de berg op zoek te gaan naar de roos, maar de roos was nergens te vinden. We werden vervuld van vreugde.

Na de verschijning en na al onze gebeden besloten we om de taart op te eten en ik moet zeggen dat de taart heel goed smaakte omdat we op dat ogenblik heel moe en hongerig waren.